DE CULTUS VAN HET GELIJK

 

 

Mijnheer Peter Mertens heeft zich  heden tot mij gericht.  Zijn welgemeende woorden stonden op mijn scherm  en prangden in mijn denkraam als een massale aanval van houtwormen. Mijnheer Peter Mertens deelt mij mee dat zijn partij, de PTB, ook wel PVDA geheten en waarvan ik lid was tot vandaag,  ,  “vierkant gekant is tegen elke westerse militaire interventie  in Libie”.    

 

Pardon?

 

Waarom dan wel? Er wordt voor meer informatie verwezen naar 2 artikelen uit de PVDA- Nieuwsbrief.   In het ene artikel, getiteld  ‘Libie, een  “humanitaire “militaire interventie ?’ wordt  betoogd dat “elke westerse interventie  erop gericht zal zijn Libie  aan de belangen van het westen en zijn multinationals te onderwerpen”. Daarvoor wordt Robert Fisk  uit zijn context gelicht en aangehaald. Fisk, met zijn magistrale “ De beschavingsoorlog” voldoende onderbouwd, waarschuwt terecht voor de olieobsessie van  het westen. Natuurlijk, alsof er nog veel mensen rondlopen die dat niet zouden weten. Maar hij pleit daarom bepaald niet voor het rustig laten uitmoorden van de libische bevolking, nee, hij pleit daartegen, hij vreest dat een westerse interventie een westerse moordpartij zal worden, maar dat houdt nog niet in dat hij dan voor een moordpartij is. Als hij zegt: “voor de rest kan het ons niet schelen dat de Libiers mekaar uitmoorden”” , dan  spreekt hij plaatsvervangend, d.w.z. niet namens zich zelf,want die óns’, dat zijn de westerse landen, en niet mijnheer Robert Fisk.  Hij veracht die opstelling van óns’,  in plaats van hem te promoten.  Als je Fisk gaat gebruiken om moordpartijen te rechtvaardigen, gebruik je hem voor alles waar hij zich zijn leven lang tegen keert.  Robert Fisk, dat is verbittering over zinloze slachtpartijen, dat is afkeer van  politieke hypocrysie, maar dat alles voor een goede reden: omdat culturen en volken er het slachtoffer van worden.  Fisk wil maar een ding: zo weinig mogelijk onnodige slachtoffers.

Dan het tweede artikel: “De verborgen agenda achter een westerse interventie in Libie”. Daarin wordt breed uitgemeten hoezeer gearriveerde  politici van Gaddafi zich nu plots in dienst van de opstand begeven, hoe Sarkozy en anderen de nationale raad omhelzen, alles om  de olie-motivatie van het westen voor een interventie te onderbouwen. Hoe meer die interventie op eigen belang gericht is, hoe onrechtvaardiger hij in de ogen van de auteur van dit artikel wordt. (dat daarbij regelrechte onwaarheden gedebiteerd worden is van minder belang: de nationale raad en de UN vertegenwoordiging hebben wel degelijk om een no flyzone en om interventie gevraagd, en de arabische liga ook).

 

Dus, als ik het goed begrijp, zegt mijnheer Mertens nu dat er geen interventie moet komen, omdat daarmee westerse  oliebelangen gediend worden.

Dat is toch te eenvoudig gesteld. Meer uit elkaar gerafeld  en gecombineerd met deze artikelen zegt hij:

  1. In libie ligt olie
  2. Het westen gaat het om de olie
  3. Wij zijn tegen die oliemacht
  4. En dus zijn wij tegen de interventie.

 

Gelukkig, niet ingewikkeld, helemaal te begrijpen.

Zo hoorde  ik vroeger ook  deze redenatie

  1. Mensen moeten eten
  2. Eten komt van het land
  3. Stadsmensen werken niet op het land
  4. Dus zijn wij tegen stadsmensen

Dat leverde toen ongeveer 1 miljoen doden in cambodja op.

 

Of deze:

  1. Industrie brengt welvaart
  2. Boeren brengen geen welvaart
  3. Wij zijn voor welvaart
  4. En dus zijn wij niet voor de boeren

Dat bracht zoveel slachtoffers teweeg dat ze in rusland daar nog niet over uitgeteld zijn.

 

Zijn die stellingen nu fout?

Dan is het allemaal niet erg, gewoon een foutje gemaakt, de volgende keer beter.

Of zijn die stellingen nu correct. Dat is erger: geen fout, en toch ...

 

Precies,stel nu eens dat u geen fout maakt, mijnheer mertens, stel nu eens dat het het westen om de olie gaat en dat ze als bijen op de honing  op de olie afvliegen.

Ik neem dan aan dat u dat niet leuk vindt van Obama of lief van Sarkozy.

U hebt gelijk, ze zijn in de grond niet echt aardig.

En wat dan nog? Is uw gelijk dan zo van belang dat  de bewoners van Benghazi en Tobroek en Misurati en andere plaatsen in Libie daarvoor opgeofferd mogen worden.

Is het u eigenlijk wel opgevallen , mijnheer Mertens, dat in beide  artikelen de slachtoffers en de dreiging van gaddafi niet eens genoemd worden.?  Wat doet u eigenlijk als u de slachtoffers van Gaddafi ziet verschijnen op uw TV? Wegzappen of zo ??

Zou u het werkelijk erg vinden dat een paar bandieten-direkteuren zich schaamteloos verrijken als daarbij duizenden in die steden gered worden, al is het maar in het voorbijgaan, al is het maar voor mijn part per ongeluk?

U heeft in mijn opinie gelijk, en als u het krijgt ook  hebben we duizenden slachtoffers er bij die we hadden kunnen vermijden. Is uw gelijk  dat het waard?

 

Uw opstelling  wortelt in het oude en rampzalig stalinisme, iets wat uw partij zei verlaten te hebben en nu dus toch in haar hart blijkt te zijn blijven koesteren. Die  onvoorwaardelijke  onderwerping aan de regel van de leninistische en stalinistische ratio: het gelijk is per definitie aan onze kant , gelijk hebben en krijgen  is ons eerste doel, gelijk is geen kwestie van dialoog maar van monoloog, enkel het ‘wetenschappelijk’socialisme bepaalt de uitkomst. En de belangen van mensen, van die paar kinderen op de straat, die paar vrouwen in een huis om de hoek, ach, die zijn niet in de berekening opgenomen. Het gelijk telt, en verder niets.

 

Het is precies dat waar we schoon genoeg van dienen te krijgen.  Het gaat toch niet erom of nu stante pede het neo-liberalisme wordt ingevoerd in Libie, het gaat erom dat hier een humanitaire ramp wordt vermeden. Je kunt het gewoon van mens tot mens niet maken om  je broeders en zusters voor je ogen te zien afmaken en dan te zeggen ‘maar we hadden toch gelijk’.

 

De cultus van het gelijk is in de politiek en in heel de samenleving een splijtzwam en een moordenaar waar we zo gauw mogelijk vanaf  moeten.  Solidariteit is heel wat belangrijker dan dat.

 

Maarten van den Oever

antwerpen 20-3-2011

-----------------------------------------------------------------------------------------

 

 

 

KARL

 

Tja, kijk George, ik had jouw naam boven deze tekst kunnen zetten, maar ik doe dat niet. Ik geef toe, iedereen zou wel direct begrepen hebben waar het over ging: als de president van de USA boven een tekst staat dan is dat een gewichtig onderwerp omdat iedereen blijkbaar met jou is beginnen te geloven dat de wereld om georgie bush draait.

Dat is alleen niet zo.

De wereld draait om Karl

 

Nee, ik maak geen fout, maak je geen zorgen.  Je begrijpt het alleen maar niet omdat je niet weet wie Karl is, dat had ik al gezien aan je inaugurele rede. Karl hoor ik altijd lang voordat ik hem zie. Hij verschijnt als het ware na zijn stem. Karl brult, hij schreeuwt en zonodig krijst hij. Ik hoor hem overdag en vaak ook ‘s-nachts. Het is een schor en hees geluid en aan de toon hoor je dat hij opgewonden is, sterker eigenlijk, Karl is boos. Hij heeft het niet tegen iemand individueel in het bijzonder, hij heeft het gewoon tegen de mensheid als geheel. Hij verschijnt, in witte flodderjas, te grote laarzen, met zwierende grijze lokken en baard, al schreeuwend op het toneel van de markt waar ik woon en gaat dan zitten op het bankje aan de overkant, onder een kleine boom, en dan begint hij met uitgebreide verwensingen en verketteringen tegen iedereen die langs komt. Mensen lopen haastig langs, george, ze zijn eigenlijk meer gesteld op nette mensen zoals jij, die God alleen in de mond nemen om hem te prijzen en niet om hem te vervloeken – zoals Karl doet. Ik vrees dat Karl van god geen hoge pet op heeft; zijn uitspraken zijn meest onverstaanbaar maar het ‘gottverdammt’ komt er wel redelijk helder uit. Zo af en toe veert hij – zo overvol geladen met emotie als hij is - op van zijn bankje en springt met aperige sprongen op de passanten af die dan vrezen nu toch werkelijk verscheurd te gaan worden. Maar vlakbij hen gekomen draait hij voldaan weer af, content met de vaststelling dat ie het weer eens goed gezegd heeft.

Karl doet dat dag en nacht, al maanden, al jaren. Niemand stuurt hem weg, niemand klaagt over hem. Karl is niet het behang van de straat , hij is er integraal deel van, is de straat zoals wij de straat zijn. Iedereen weet wat Karl bezielt. Niet dat hij te verstaan is. Nee, voor geen meter. Maar heel zijn geluid, heel zijn houding, straalt pijn uit, onverdraaglijke woede, onuitstaanbare horror. Hij kan niet aanvaarden dat het is zoals het is, dat kon gebeuren wat gebeurde, dat mocht wat toch echt absoluut niet had mogen zijn, onverdraaglijke ellende, onuitstaanbare pijn.

 

Daar heb jij geen last van, George, dat zag ik aan je toespraak. Er doet bij jou echt niks zeer. Niet die 100.000 burgerdoden in Irak die niet eens tegen je leger vochten, niet die 1500 amerikaanse militaire doden die je wel heldhaftig maar niet een excuus waardig vond, niet die Talibaangevangenen die je zonder uitzondering liet uitmoorden na hun gevangenisopstand, niet die slachtoffers van marteling in Abu Ghraib en Guantanamo, nee, die doen jou niet zeer. Jij vond dat blijkbaar een geschikte prijs voor de ‘vrijheid’ waarvan je ons nog veel meer belooft. Je pleit ervoor om meer aan ‘vrijheid’ voor mensen te gaan werken in de lijn zoals je dat tot nu toe gedaan hebt. Je vindt dan wel dat ‘vrijheid door haar natuur moet worden gekozen’, maar je maakt wel duidelijk dat je van zins bent die natuur toch maar een handje te helpen, een hardhandig handje waarschijnlijk. Ontwerpen voor een wereld-gulag voor de onwilligen zijn al in de maak, een minster van justitie die marteling niet onwettig vindt, is al aangesteld, de patriot-act die je geheime diensten van al te lastige bewijsvoering ontslaat is bekrachtigd, en je voorbereidende knokploegen dringen ter verbreiding van de ‘vrijheid’ al andere landen binnen. De wereld staat meer van jouw ‘vrijheid’ te wachten. George, de kruisridder is op komst.

 

Wist je trouwens, George, wat die echte kruisridders uit het verleden zo heeft doen falen? Hun mateloze moord- en plunderpartijen, Moslim- en christensteden werden gebrandschat, geplunderd, vernietigd en de bevolkingen uitgemoord en gemarteld. Het schiep een mateloze aanhang voor de grote moslimvorsten die uiteindelijk de christenen verjoegen en tot voor de poorten van Wenen kwamen.

 

Vrijheid breng je niet, George, die wordt, zoals je zelf al zei ‘van nature gekozen’ .

 

En wat voor ‘vrijheid’ had je dan eigenlijk willen brengen, george, waar bestaat het grote goed dan uit? Je antwoord op die vraag :

“ In het Amerikaanse ideaal van vrijheid vinden burgers de waardigheid en veiligheid van economische onafhankelijkheid, in plaats van te werken aan de rand van het bestaan” en “Door elke Amerikaan een aandeel te geven in de belofte en toekomst van ons land, zullen we onze scholen op het hoogste niveau brengen en een maatschappij van eigenaars opbouwen. We zullen het eigendom van huizen en bedrijven, pensioengelden en ziektekostenverzekeringen verbreden, om onze mensen voor te bereiden op de uitdagingen van het leven in een vrije maatschappij.”

 

Vrijheid dus voor eigenaars, vrijheid voor eigendomsrechten, vrij is wie bezit.

 

Driekwart van de wereld bezit niks of weinig.

 

Wee de bezitslozen, wee de marginalen, wee hen die zelfs geen bezit wensen, wee hen die moraal belangrijker vinden of het (uiteraard verkeerde) geloof, wee hen die al blij zouden zijn met een gewoon salaris, voor hen is jouw vrijheid niet, george.

 

‘Maar’, zo hoor ik je al tegenwerpen, ‘het gaat bij vrijheid niet alleen om eigendom’: “ Het gebouw van karakter is gebouwd in gezinnen, gesteund door samenlevingen met normen, en gedragen in ons nationale leven door de waarheden van Sinai, de Bergrede, de woorden van de Koran, en de verschillende geloven van ons volk. Iedere generatie bewegen Amerikanen zich voorwaarts door al het goede en ware te bevestigen – idealen van rechtvaardigheid en gedrag die gisteren, vandaag en altijd hetzelfde zijn.” Dat is pas echt de aap uit de mouw. Jij vindt dus dat buiten gezinnen weinig goeds gebakken wordt, en dat wat amerikanen als rechtvaardigheid en goed gedrag zien ook het enige goede is. Jammer dus voor al die volken en culturen die amerikaans gedrag niet zo als goed of bevrijdend zien, volken die het bijvoorbeeld zouden betreuren als er zoals in de USA de arme meerderheid van de bevolking niet meer gaat stemmen, of die het niet zo fraai vinden als werknemers onfris worden geplunderd zoals in de amerikaanse fastfoodindustrie, of die de povere kwaliteit van amerikaanse kleren niet graag zouden ruilen voor hun rijke gewaden, of die liever wel sociale zekerheid en ziekenzorg zouden zien die in Amerika alleen voor de rijken is weggelegd, of die toch liever schone lucht hebben dan het eigendom in een vervuilende industrie, of die toch liever hun eigen open rechtspraak hebben dan de rechteloosheid van de Amerikaanse Patriot-act.

 

Prachtige vrijheid, george, bewaar het voor die amerikanen die op jou stemden.

 

En precies dat ben je dus niet van plan.

 

“Vandaag spreekt Amerika opnieuw tegen de volkeren van de wereld. Al degenen die in tyrannie en wanhoop leven mogen weten: De Verenigde staten zullen uw onderdrukking niet negeren, of uw onderdrukkers verontschuldigen: Als u staat voor uw vrijheid zullen wij naast u staan”.

Vooral dat ‘opnieuw’, George, had je beter weg kunnen laten. We weten nog wel van die vorige keren waar ‘Amerika naast de onderdrukten stond’. ‘We’ , dat zijn degenen van ons die nog leven, de overlevende democratische chilenen, de overlevende democratische uruguezen, Brazilianen, Vietnamezen, Argentijnen, Filippijnen, Afganen, El Salvadorianen, Nicaraguanen, Santo–dominicanen, Haïtianen, Colombianen, Angolezen, Palestijnen, Irakezen, Kazachstanen, Beloetjistanen. Met een steun en toeverlaat als de USA is er maar een ding waar je zeker van kunt zijn: er vallen doden, gewonden, ontelbare vele slachtoffers.

En dan is het echt geen geruststellende mededeling als je krijgt te horen van het opperhoofd van deze steun en toeverlaat dat hij ‘naast je komt staan’. Erger nog, als deze zelfverklaarde steun en toeverlaat aankondigt dat hij zonodig eenieder uit de gevangenis wil plukken die hem het nodige excuus wil verschaffen om voor ‘steun en toeverlaat’ te spelen: ”Democratische hervormers die onderdrukking, gevangenschap of ballingschap tegemoet zien: Amerika ziet in u wie u bent: de toekomstige leiders van uw vrije land.”

 

Het is welhaast klare taal, George, iets wat we niet echt van je gewend zijn. Vroeger zei je nog vaak ‘make no mistake’ en die maakte je dan zelf en dat was mooi maar niet erg. Erger werd het pas als je ineens overal atoombommen zag, althans in landen waarvan je vond dat die die niet mochten hebben. Dat waren natuurlijk ook mistakes, maar dan erge, op zijn minst voor de met deze mistakes beoogde volkeren. Nu, met deze aankondiging, kondig je eigenlijk openlijk de algemene oorlog af tegen iedereen die je niet zint. Amerika is the truth and nothing but the truth.

 

En, ocharme, onze regeringen, George, Het was toch echt niet aardig om ze zo onmiddellijk de stuipen op het lijf te jagen, ze zijn al bang genoeg: ”Verdeling onder vrije naties is een belangrijk doel van de vijanden van vrijheid”, ofwel, ‘wie niet voor mij is, is tegen mij’. Wie tegenspreekt is geen bondgenoot en heult met de vijand.

 

Je windt je er niet over op, George, ik weet het. Opwinding is meer iets voor bij het golfen. Je doet me eigenlijk onweerstaanbaar denken aan een onlangs zeer bekend geworden mevrouw uit nederland. Die dame werd bestolen door een arme en criminele allochtoon en reageerde door hem dood te rijden. Niet opzienbarend he, ik bedoel: je hebt er zo zelf ook al wat aan de hand gehad. Maar opzienbarend vond ik wel dat die mevrouw na het uit de auto stoppen zich allereerst bekommerde om haar gevallen lipstick; die had meer prioriteit dan een dooie kutmarokkaan.

Dat, George, is voor menselijk gevoelsleven gewoon iets te veel van het goede, althans voor het gevoelsleven van mensen die mensen zijn. Dan knapt er even iets in je bol. Dan word je Karl en ga je schreeuwen.

 

Maar ja, Karl sluiten ze misschien nog wel eens op.

 

En jou niet.

 

 

maarten van den oever, 27-1-2005

 

 

 

 

(voor deze text is gebruik gemaakt van de vertaling van de inaugurele reden van George Bush zoals die te vinden was op de site van NRC-handelsblad op 25 januari 2005)

 

____________________________________________________________________________________________________

 

Ongeplaatste lezersbrief

 

Aan: redactie De morgen

 

ANTWERPEN 10-5-2009

 

Yves Desmet  doktert aan het politieke stelsel van Belgie en zijn oplossing is typisch die van een inmate van de politieke klasse:  herintroduceer een feitelijk censuskiesrecht (afschaffing van de stemplicht) door het stemmen te beperken tot de rijken en geletterden, en plaats vervolgens de kiezer voor een keuze uit twee (meerderheidskiesstelsel)  die dan ook wel twee kwaden mogen zijn, en dan zijn we eindelijk van de eigengereidheid van de lastige kiezers verlost. Het is de kenmerkende stellingname van een liberaal conservatisme, waarin de fictie van een rationele suprematie voor de regeerders (de wijzen in de platoonse opvatting) als rechtvaardiging dient voor   het marginaliseren van een groot deel van de bevolking die door hun onwenselijke keuzen maar liever buitengesloten worden.

Het is niet enkel omdat Lijphart en met hem de hele poltieke wetenschap  zegt (in hetzelfde zaterdagnummer van De Morgen)  dat de afschaffing van de stemplicht  en het meerderheidskiesstelsel   nu juist de democratie onderuit haalt en omvormt tot een dictatuur van de meerderheid en non-participatie van de minderheid.  Maar het is juist ook omdat het het zelfverklaarde oogmerk van Yves Desmet is: om de politieke klasse beter  (d.w.z. zonder teveel getob met anderen) te laten functioneren wil hij het hinderlijk gedrag van buitenstaanders en kleine partijen liever elimineren . Excuus daarbij: het gewone volk denkt te aandeelhouderachtig,, die materieel laaghartigen denken enkel om het gewin en onze hoogstaande politci mogen daar geen last meer  van hebben.

 

Hoe laag kan De Morgen dan nog zinken! Is men heel de eigen historie vergeten, al die mensen die een De Morgen nodig hadden om zich te laten horen?? Is het nog niet doorgedrongen dat het verwoed naar extreme partijen lopen, het wanhopig pendelen van de ene partij naar de andere, niet zozeer uit aandeelhoudergedrag komt als wel uit onverholen en diepe afkeer van  deze heersende kliek van  elkaar over en weer hapjes toeschuivende  burgerbaronnen. De moraal is in de Belgische politiek al lang verbazend diep gezonken en er zijn weinig politici die zich niet om de haverklap gedwongen zien toch maar weer eens te zeggen dat er weer een collega zich bar misdragen heeft. De gewone mensen van Belgie hebben daar al lang schoon genoeg van, van een justitie die niet functioneert, van een belastingdienst die nauwelijks aanspreekbaar is en jaarlijks verder rommelt, een criminaliteit die overal aanwezig is en een inkomensstatuut  voor zelfstandigen en ongeschoolden die aan het lachwekkende  grenst. Misschien is het voor Yves Desmet irrationeel, maar heel veel mensen willen niets meer weten van de verhalen van de zittende politici, die willen, inderdaad als aandeelhouders, nu niets anders dan  vooruitgang, echte dan en niet de zoveelste stoelendans parade van veel belovende lieden die geen enkele belofte houden maar enkel op inkomen uitzijn. Dirk Vijnck is geen uitzondering in de politiekle elite, hij is er het ideaaltype van. .

In plaats van het politieke systeem te willen afschermen voor het protest dat zich uit in voortdurend wijzigende kiezersaanhang van steeds nieuwe partijen en groepen  zou De Morgen zich beter eens haar roeping herinneren en oog krijgen voor wat er speelt. Zelfs Van Thillo zal heel goed begrijpen dat zijn krant op den duur in de problemen geraakt als zij de aansluiting met de  stemming onder de kiezers mist.

 

Maarten van den Oever

 Antwerpen

 

 

.__________________________________________________________________________________________________

 

 

OPEN BRIEF AAN MONICA DE CONINCK EN HET OCMW-BESTUUR

 

 

 

Antwerpen 11-6-2006

 

Beste bestuurderen,

 

U heeft een probleem, en dat probleem bent u zelf, d.w.z. het OCMW. De ervaringen die ik nu weer met u heb opgedaan, deze week, heeft mij dan uiteindelijk definitief ertoe overgehaald om mijn standpunt van sociale solidariteit niet langer te vereenzelvigen met u. De directe aanleiding is als volgt:

Een huurder, die door de vrederechter bevolen was te vertrekken en dat uiteraard niet deed, bedacht een min of meer origineel soort wraakactie tegen het ras der huisjesmelkers waartoe ik bij deze gelegenheid werd ingedeeld. Hij meldde aan bevoegde instanties een ‘onbewoonbare’ toestand, gaf een vals adres van ons als verhurende partij op en hing een schrikbarend verhaal over wantoestanden op. Gezien  de vooronderstelde schrikbarende toestand gaf de dienst kwaliteit huisvesting van de stad er de voorkeur aan niet met de notoire ‘huisjesmelker’ in contact te komen en stelde zonder ons medeweten een onderzoek ter plekke in, waar op basis van pure onwetendheid een voorlopige onbewoonbaarverklaring werd afgegeven. Ook naderhand ontweek men ondergetekende ‘huisjesmelker’ door  de verplichte uitnodiging voor het bijwonen van een definitief onderzoek te sturen naar een adres dat al 5 jaar geleden in het staatblad werd opgeheven, willens en wetens omdat het definitief adres bij huurder en onderzoeker en het OCMW bekend was. Een onderzoeksdatum werd bepaald op 14 juni 2006..

Ondergetekende ‘huisjesmelker’ had op 17 mei 2006 de uitzetting doen opschorten teneinde een meer humane uitweg mogelijk te maken. Bij een nieuw incident (eerder waren bedreigingen met mes en pistool, vernieling van mijn auto, stalking en aanvallen op straat) op donderdag 8 juni liet de aanwezige politie beambte  zich smalend ontvallen dat ik nog wel wegens wanbeheer een onbewoonbaarverklaring zou gaan krijgen, en daar ging mij een lichtje op. Ik belde de dienst op die eerst het geheel ontkende, toen geen informatie over de inhoud wilde geven, en zich vervolgens beriep op het kadaster voor het foute adres, dit alles zeer vijandig en schoorvoetend toegevend.  Maar ook viel daarbij de opmerking dat ‘die arme’ huurder  ook door het OCMW in het gelijk werd gezien.

Ik belde derhalve quasi argeloos het sociaal-centrum Den Oever waar de betreffende medewerker ietwat geschokt door mijn directe benadering  aangaf dat ‘die arme’ huurder door mijn ‘onbewoonbare’ woning zeer gedupeerd was en door het OCMW aan nieuwe huisvesting zou ‘gaan worden geholpen’ en dat daar een aanvraag voor liep. Let wel, zij vertelde dat op 8 juni.

Het bijzonder Comite voor Sociale Bijstand had echter al op 24-5-2006 over een specifieke aanvrage van €1230 beslist en ‘die arme’ huurder had al vanaf 1 juni een andere woning. Mevrouw de medewerkster probeerde zo het illegaal bezethouden van mijn woning, waar de huurder op gewelddadige wijze  al sinds maanden poogde elke reparatie te verhinderen, nog langer mogelijk te maken. Maar tevens vertelde zij mij niet te weten waar en hoe er onderzoek naar de woning gedaan zou worden, daar waar ik juist van tevoren vernomen had dat zij volledig op de hoogte was.

Conclusie: men heeft bij het OCMW bij monde van deze mevrouw bewust meegewerkt aan een poging om mij tot ‘criminele huisjesmelker’ te maken door mij informatie te onthouden waardoor ik niet bij het onderzoek zou kunnen zijn  en door zelfs regelrecht te liegen en de uitvoering van het vonnis op valse gronden tegen te werken.

 

Dat is erg en voor mij de laatste druppel die nodig was om mij te voegen bij het leger van huiseigenaren die geen OCMW-klanten meer willen huisvesten.

 

ALLEEN,

 

Ik heb dit nooit gewild, omdat ik van een linkse signatuur ben en sociale solidariteit hoog in het vaandel heb. Dit OCMW is echter bevangen van een oogverblindende vooringenomenheid tegen huiseigenaren, die al bij voorbaat als de tegenstander en als huisjesmelkers gekwalificeerd worden waartegen alle regels van recht en rechtvaardigheid niet langer gelden. Ter illustratie daarvan nog enige voorbeelden. Ik had een huurder op de Pachtstraat die niet direct een huurwaarborg kon voorleggen. Het OCMW zei die toe door middel van een briefkaart waarop de betreffende medewerkster van het sociaal centrum Den Oever de toezegging formuleerde. De huurder gaat lopen, de medewerkster weet plots van niets meer en op mijn protest per brief aan het sociaal centrum Den Oever krijg ik niet eens antwoord. Of nog een ander voorval: een huurder op de Kommekensstraat komt onder budgetbeheer met een OCMW garantie bij mij. Hij wordt achtervolgd door voormalige huisbazen die geld van hem tegoed hebben, maar het OCMW vertelt mij dat niet. De huurder gaat na een aantal maanden lopen, OCMW is zijn huurwaarborg en ik nog veel meer kwijt, omdat men mij niet heeft willen vertellen wat voor probleem er was.

 

Wat al deze situaties gemeen hebben is dat er een blinde antipathie tegen huiseigenaren is en dat er sprake is van huurwaarborgen. En tussen die twee zaken bestaat er een contraproduktief verband.

Dat zit hem erin dat OCMW-medewerkers niet willen zien wat er fout gaat in het systeem van de huurwaarborgen, omdat zij automatisch de kant van de huurder wensen te kiezen. De huurwaarborg is echter een ramp aan het worden als middel voor armoedeverlichting. Uitstekend voorbeeld is weer de huurder waarmee ik mijn open brief begon. Deze krijgt een huurwaarborg van €1230,- op 24-5-2006. In die maand ontvangen hij en de met hem samenwonende vrouw meer dan €2000,- aan uitkeringen alleen al (hij werkt nog zwart bij als bestelwagenchauffeur), terwijl hij 8 maanden geen huur, geen gas, water en electriciteit betaalde.  Die ‘arme huurder’ had dus helemaal geen huurwaarborg nodig en toch vraagt hij die en krijgt hij die, armzalig slachtoffer als hij is. De medewerker motiveert dat door te zeggen dat hij geen schuldenverleden bij OCMW heeft, maar dat komt omdat hij niet geregistreerd is in Antwerpen en er geen rijksregisternummer bekend is (daardoor kan een deurwaarder hem ook geen dagvaarding betekenen). Dus op basis van zijn illegaal bestaan wordt hij schuldenvrij verklaard en krijgt hij een huurwaarborg. Dat is vreemd, maar vreemder is dat hij het vraagt zonder het nodig te hebben, precies zoals dat het geval was bij mijn andere twee voorbeelden die ook riante inkomens hadden. Het antwoord is simpel: ze vragen dat als een middel om risico’s te mijden, d.w.z. door de huurwaarborg van OCMW lopen ze geen enkel risiko wanneer ze geen huur meer betalen. De sanctie daarvoor komt niet op hun hoofd maar op die van OCMW terecht.. De OCMW huurwaarborg neemt de stok achter de deur weg die elke wanbetaler dreigt, het is een premie op wanbetalen. U kweekt zo een legertje profiteurs, en u blijft er blind voor omdat in uw opinie de huisbaas bij voorbaat de foute partij is die de ellende van wanbetalers van harte gegund is.

 

Ik stel u voor dat probleem te repareren. Aan de mentaliteit van uw medewerkers kunt u toch zo een, twee, drie niks veranderen, zelfs al zou u dat willen. Maar aan de huurwaarborg als kunstmest voor het circus van langs appartementen rondreizende profiteurs kunt u wel wat doen. Mijn voorstel:Voer een standaard OCMW-contract in, waarin een boomerang bepaling is opgenomen: bij de eerste de beste wanbetaling van huur (die dan dus wel via een OCMW-rekening moet lopen) levert de contracttant-huurder zijn inkomen (salaris, uitkering en wat dies meer zij) direct en zonder rechterlijke tussenkomst in aan OCMW tot het bedrag van de huurwaarborg. Mijns inziens schendt u daarmee geen enkele regel of wet,maar u haalt wel de bestaansreden voor het gebruiken van huurwaarborgen door professionele oplichters weg.   

 

 Mevrouw, ik vraag u dringend zulke maatregelen door te voeren, want u kweekt een bom onder het middel van de huurwaarborg door het ongelimiteerde misbruik aan te  wakkeren met behulp van de eenzijdige vooringenomenheid van uw medewerkers.

Dat is zeer ten nadele van de echte armen die geheel te goeder trouw in de problemen zijn gekomen, want op den duur maakt u het systeem onhoudbaar, alleen maar omdat u het misbruik niet hebt willen bestrijden.

 

Maarten van den Oever

 

Hoogstraat 36

2000 Antwerpen.

 

_______________________________________________________________________________________________________________

  

ECHTE BELGEN

 

 

Wie is  een belg?  De vraag is gemakkelijk gesteld, maar is hij ook makkelijk beantwoord? Belg zijn is een kwestie van Nationaliteit , zo leert ons het Wetboek van de belgische nationaliteit, en dat is volgens art 8 lid 1 van dat wetboek in eerste instantie een kwestie van bloedverwantschap: geboren worden uit een belg maakt je belg.

 

Ja? Werkelijk?

Het belg zijn bestaat pas sins 1832, want daarvoor  was er geen belgie en we kunnen toch bezwaarlijk op de pre-romaanse oorsprong van het  volk der belgen willen teruggrijpen als het om bloedverwantschap gaat. Er is sindsdien wel iets gebeurd. Als we de Romeinen even vergeten en aannemen dat zij zich gelijk celibataire priesters gedragen hebben  tegenover bevallige belgische dames, en als we de volksverhuizingen maar even over het hoofd willen zien die ons garandeerden dat er van een volk der belgen nadien al helemaal geen sprake was in deze contreien van Vlaanderen, dan nog werd er al aardig wat afgemengd voor dat zalige jaar 1832: engelse wolhandelaren, portugese  potten- en tegelbakkers, duitse  handelaren, Italiaanse bouwvakkers en franse krijgsheren, en niet te vergeten  diverse  boeren en edellieden van het hoge noorden die naar het Brabantse hof kwamen, ze hadden allemaal voor de tijd van de geuzen al een dikke vinger in de pap die later het belgische volk ging heten. Vlaanderen was een doorgangsland van volken en krijgstochten, en toen Boon het roemrijke geuzenverzet in Vlaanderen bezong ging het feitelijk om het deel van een land en volk dat als geheel  de Nederlanden heette en een verzet dat niet zozeer Vlaams of belgisch was als wel religieus en sociaal geinspireerd iedereen in de regio verenigde. Nee, Belgen hadden we toen nog  niet., maar alle mogelijke invloeden van andere volken van buiten Vlaanderen waren er al te over in de steden en dorpen van het huidige Vlaanderen. En na de geuzen werd het niet anders: spanjaarden, fransen en nederlanders  en vele andere nationaliteiten passeerden en lieten hun ei achter in het mengelmoes van volken en rassen dat in Vlaanderen als voornaamste gemeenschappelijke  kenmerk had dat ze steeds onder de laars van de meest recente overheerser terecht kwamen.. Zo en niet anders bereikten de aanwezigen op Vlaams grondgebied het jaar 1832.meer verbonden door de historie dan door het bloed.. Belgie ontstond  daarop  ondanks de bloedverwantschap met de onderdrukker  ( de helft van het orangistische leger bestond uit zuiderlingen), en de Vlamingen van Gent(vanwege hun industrie) en Antwerpen(vanwege hun haven)  bestreden  welhaast meer de opstand dan het Huis van Oranje.. Nee, Belg worden was geen voor de hand liggende aangelegenheid en nog minder iets waar Vlaanderen reikhalzend naar uitkeek.

 

Maar goed, zouden we dan wellicht mogen aannemen dat de onafhankelijkheid  een lotsverbondenheid heeft gecreeerd die plaatsvervangend werkte voor het ‘volkseigene’, i.c.  de bloedband. Ofwel mocht je veronderstellen dat ouderschap dat terugging op een aanwezige bij de opstand van 1830  toch volstaat om je als lid van het volk der belgen te kwalificeren? Ofwel: schiep 1830 een natie?

 

 

 

DE NATIE, MAAR WELKE?

 

Als bloedverwantschap niet werkelijk de bodem is onder de voeten van het argument dat de belgen een volk vormen, wat is dat dan wel? Zonder de hele ‘volk und boden’ argumentatie onder het stof van de tweede wereldoorlog vandaan te willen halen is het toch een problematisch gegeven dat volken zich niet enkel definieren om hun bloedverwantschap maar ook vanwege het feit dat zij een grondgebied delen. En dat is een gevaarlijk argument, getuige de relatie van de palestijnen met de hen ontnomen grond, of die van het nazi-revanchisme. Bestaat er zoiets als een ‘natuurlijke’ band van mensen met de grond waarop ze wonen? Is er een ‘heim’ dat de belg tot belg maakt?

In termen van bezit komen we niet ver als we het antwoord op deze vraag zoeken. Het is sinds de napoleontische wetshervormingen in heel Europa  een gegeven dat wie de grond bezit, dat bezitsrecht ontleent aan daartoe geeigende titels zoals een aankoop of  een erfenis . De relatie tussen grond en persoon  loopt niet via de nationaliteit of het ras en daarom kan belgische grond evenzo goed in handen van buitenlanders zijn.

 

Er is misschien meer basis voor enig argument  als we een cultureel-existentieel element in overweging nemen: is er zoiets als een eigen bestaanswijze, de romantisch gekleurde van vader op zoon opgebouwde verworvenheid van huis en goed, een soort cultureel ‘eigen’ zijn, vormen van productie en reproductie die een mens zich kan voorbehouden , die dus ondeelbaar zijn en hem onderscheiden van de mens over de grens.?  Wordt er in Belgie anders gegeten als in Nederland, ziet het bestek en het servies (N Elias toont juist het omgekeerde aan in ‘Het civilisatieproces) er anders uit, zijn er andere kleren, andere daken, ander beton, en andere computers? En dan gaat het natuurlijk niet over individuele verschillen, want die zullen er hopelijk toch wel zijn, maar over de  bestaanswijze van de groep mensen die zich belgen noemt vergeleken met de andere groepen die zich niet zo noemen.  Is het pak van Filip de Winter een uniek product dat hem tot Vlaming maakt of is de kans groter dat het uit Korea, Italie of China komt? Is alleen het huis van Bart de Wever van stenen gemaakt of doen ze dat precies zo in Frankrijk en Duitsland?

 

Er is, lijkt me, ook zonder uitgebreid statistisch en kwalitatief onderzoek voldoende reden om aan te nemen dat er aanzienlijk meer overeenkomsten dan verschillen bestaan in de zijnswijze van de Vlamingen en Belgen aan de ene kant en andere volken aan de andere kant. Dus  de bodem maakt je geen  Belg, noch de bestaanswijze erop.

 

Of toch? Want juist hier begint een debat  waarvan het gebrek aan fysieke tastbaarheid de kenmerkende eigenschap is. Stel dat we de zaak omdraaien en nu uitgaan van de onvervreemdbare specificiteit van het vlaams zijn (om het nog betwistbaarder belgisch zijn maar verder even buiten beschouwing te laten). Zijn Conscience, Ernest Claes en Felix Timmermans  voldoende reden  om van een Vlaamse natie te spreken. Is er zoiets als een cultuur, die niet die van de borden, messen en stenen is, maar wel die van het denken, van de geest  van  -dan-  het volk. Vormt een gemeenschap (in de voorondersteldheid van haar bestaan) zich  een volksgeest?  Het is een serieuze vraag waarover  forse discussies het verleden lange tijd beheersten ((zie o.m. A Finkelkraut’ s La defaite de la pensee). Voor en tussen de twee wereldoorlogen was het in de ogen van velen in en buiten Europa welhaast een gegeven dat de grote kultuur van Kant, Hegel Schopenhauer en Nietzsche een verregaand superieure  volksgeest representeerde, maar ook de omgekeerde redenering deed opgeld, n.l. door tegenover een eventuele inferioriteit van de eigen volksgeest tegenover die van anderen de waarde van het eigene te stellen: ‘Laissons les hommes dire du bien ou du mal  de notre nation, de notre literature, de notre langue: ils sont notres, ils sont nous-memes:ca suffit.’ (Herder aangehaald door Finkelkraut)

Kortom, inferieur of superieur is niet de kwestie, de waarde van het eigen zijn is op zichzelf het punt waar het om draait.

 

De natie is zo dus de gemeenschap van hen die haar als een ‘eigenheid’ definieren, zonder dat die ‘eigenheid’  substantie heeft. De ‘eigenheid’ is zichzelf en wordt door zichzelf omschreven, klaarblijkelijk. Het is een definitie die er geen is.

 

 

 

EEN NATIE NAAR KEUZE

 

Maar dan zijn we in feite terug in 1832. De onderdrukker is weg, de keuze ligt open: willen we een volk zijn of niet? In Brussel zeggen ze ja, in Antwerpen zeggen ze later ook ja, maar alleen tegen een ander volk.

Het is een kwestie van willen geweest toen, en het de vraag of het nu een andere kwestie is geworden.

 

Het optionele karakter van het lidmaatschap van de natie  wordt  gemanifesteerd  door het Wetboek van de Belgische nationaliteit, waar in de artikele 3,4 en 5 de gronden en procedures  voor het verwerven van de belgische nationaliteit  worden vastgelegd. Blijkens deze artikelen is belg zijn een zaak van verwerving, toch, ondanks het artikel 8. Dat is dus enkel mogelijk als het Vlaamse, c.q. het belgische volk een cultuurgemeenschap is  waar men  toe kan treden. Men kiest voor de cultuur zonder erin geboren te zijn.

Als dat volgens de belgische wet kan, zou het omgekeerde ook wellicht kunnen: men kan er ook niet voor kiezen., of liever: voor een andere cultuur kiezen.

 

 

 

DE KEUZE VAN DE NATIE

 

Het merkwaardige antwoord van de belgische politici luidt : ‘niet’. De Morgen van 3 april  2010  introduceert de  opvattingen van een aantal belgische politici  over de procedure voor het verwerven van de belgische nationaliteit. Om belg te worden dienen ‘vreemdelingen’ een ‘band met het land’ aan te tonen. Aangezien, zoals we zagen die noch in bloedverwantschap noch in een binding aan het territorium ligt, kan die enkel liggen in een binding aan de cultuur, d.w.z. aan het ‘eigene’ whatever that may be. De wetgevers  maken zich niet de handen vuil door dat helder en klaar te omschrijven: de band ligt in de verwerving van de taal, maar ook in het  ‘integreren in de gemeenschap’ en (na de verwerving) in ‘het zich  onthouden van aberraties’.

 

Wie in belgie wil wonen als belg verliest blijkbaar het recht op een eigen cultuur. Er wordt immers als eis gesteld ‘om te integreren in de belgische gemeenschap’. Van afzijdigheid of onthouding (watoverigens de meeste belgen doen als het op politiek of gemeenschapsactiviteit aankomt)  is geen sprake. Op het grondgebied van belgie kan men enkel belg zijn als men een cultuur aanvaardt en erin op gaat  die zichzelf niet kan omschrijven. Wat moet de aspirant-belg aanvaarden? Belgische rockmuziek die als twee druppels water lijkt op nederlandse of duitse rockmuziek, belgische literatuur om dan de nederlandse af te wijzen, of  enkel toneel dat niet uit duitsland of frankrijk is overgewaaid?? Moet hij in een ‘belgisch’ huis gaan wonen, waarvan hij niet weet wat het ‘belgische ‘ eraan is? Of belgische friten eten, ook al zijn die gemaakt in een franse fabriek?

En wat te denken van de omschrijving van  de blijken van integratie als  gegeven in het wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de belgische nationaliteit van 2003 ingediend door mevrouw Erika Thijs: ‘geen bedreiging vormt  voor de veiligheid van de samenleving en evenmin blijk geeft van vijandigheid tegenover de samenleving’.  Dan kunnen heel wat Vlamingen uitgesloten worden van de belgische nationaliteit en zijn feitelijk alle al dan niet gerechtvaardigde critici van de belgische samenleving kannonnenvuur van de wet geworden.

 

 

Meer suspect nog is dan de term ‘aberraties’ ofwel dwalingen, die gebruikt wordt als reden om het belgisch staatsburgerschap weer te ontnemen.  Waarom gebruikt men niet de term ‘misdaden’ als men misdaden zou bedoelen? Het is blijkbaar het idée dat men een ruimere omschrijving als ‘misdaden’ wenste, zodat we mogen aannemen dat er meer dan enkel misdadigheid bedoeld wordt.  Met de abjecte term ‘aberraties’ wordt zeer duidelijk beoogd de deur wagenwijd open te zetten om mensen ook zonder veroordeling voor misdadigheid het staatsburgerschap te kunnen ontnemen, d.w.z. zonder tussenkomst van een rechter en door beoordeling van een niet wettelijk tot straffen bevoegd college. En dan wordt in het voorbijgaan ook nog een ongelijkheid voor de wet ingebouwd. Volgens de grondwet zijn alle belgen gelijk voor de wet, alleen , zo blijkt dan nu,niet die belgen die naar de zin van de overige belgen niet lang genoeg  aan de ‘eigenheid’ deelnemen

 

Kortom, wat de wetgevers van 2010 introduceren is  een onvoorwaardelijk afwijzing van asprant-belgen die hun eigenheid anders omschrijven dan die van de belgische cultuur , en, bovendien, van het voorwaardelijk maken van het belgische staatsburgerschap door daar de ongrijpbare beschuldiging van ‘aberraties’ boven te hangen als een zwaard van Damocles.

 

VLAANDEREN, EEN ANDERE NATIE MAAR DEZELFDE GEEST

 

Wie de strijd tegen de verfransing  van de vlamingen sinds wereldoorlog 1 en het activisme van toen enigszins heeft gevolgd zou kunnen denken dat de vlamingen even vies zijn van cultuurimperialisme als de joden van het vervolgen en onderdrukken. Het is helaas beide niet waar.

De  Vlaamse parlementsleden die zich op 28 oktober 2009 bogen over een vraag van Filip de Winter over het inburgeringsbeleid van de vlaamse minister Geert Bourgeois  demonstreerden tijdens het debat waar hun preoccupaties lagen. De stelling van Filip de Winter  luidde dat het voorstel (inburgeringscursussen in het land van herkomst, dus voor mij in Nederland!!)  door hun combinatie met de regularisatieprocedure  als  ‘wervend’ moesten worden beschouwd voor aspirant immigranten..

Het antwoord van de minister luidde o.m.:”Uw kritiek luidt dat er te veel mensen binnenkomen op een manier die wij met een heel grote meerderheid in Vlaanderen niet willen en dat is juist: de federale poort staat te wijd open., etc” Nu had De Winter dat dus juist niet gezegd maar uit het verloop van het debat blijkt inderdaad dat geen enkele parlementarier zich geroepen voelt om het recht op een eigen cultuur als punt van overweging naar voren te halen., laat staan de uit Nederland kennelijk overgewaaide inburgeringscursusmode  im frage te stellen. Nochthans  is van die indertijd door Rita Verdonck in gang gazette zuiveringsmethode bekend dat de vraagstellingen en toetsen erop gericht waren maximaal gebruik te maken van juist het ongrijpbare van het ‘cultuureigene’ . en zo een dam op te  werpen tegen de  als bedreigend ervaren immigratie. Het lijkt er dus, gezien het verloop van dit debat, op dat ook de vlamingen juist dat voordeel willen behalen.

 

HET ‘WAAROM’

 

Als dan  zowel Vlamingen als Belgen  zo sterk de conformering aan de eigen gemeenschap   als strijdwapen tegen de immigratie hanteren stelt zich de vraag waar deze civilisatiewoede  zijn rechtvaardiging en wellicht zijn oorsprong  vindt. Het is geen nieuws om vast te stellen dat geheel andere cultuurtrends de overhand hebben in de huidige samenlevinng dan nationale cultuureigenschappen: MCdonaldisering doet heel wat meer dan belgicisering of zelfs vlaams nationalisme. Rock , voetbal en Harry Popper   vormen veel meer een onderdeel van de cultuur van de belgische mensen en hun internationale broeders dan Walschap en Elsschot. In het bedrijfsleven hanteert men engels als voertaal, zakendeals gaan in dollars en euro’s , de uitwisseling van medische vooruitgang gaat via internationale tijdschriften en databanken ,dataverkeer bekommert zich niet om taal.

 

In feite is er sprake van een culturele internationalisering. De intersubjectiviteit van mensen heeft zich verwijd in de loop van de laatste honderden jaren van familie- en dorpsniveau naar werelddelen en in het laatste decennium ontegenzeggelijk  de hele wereld. Cultuur is een geheel van waarden  die mensen onderling delen . De gedeelde waarden zijn minstens die waarden die het gedrag normeren dat  als uiterlijk geheel de cultuur definieert.. Die cultuur is totaal onderscheiden van wat de belgische politiek als cultuur omschrijft en als gemeenschap.

De internationale cultuur wordt meer en meer eenvormig: winkelstraten zijn overal ter wereld hetzelfde, net zoals winkel malls overall hetzelfde zijn, telefoons overal hetzelfde zijn, auto’s overal hetzelfde zijn.. Wil dat zeggen dat er geen nationale nuances zijn, geen door mensen gezette accenten? Natuurlijk niet, maar die nationale accenten zijn wel zijtakken van een hoofdstroom, gevolgen en geen oorzaken, bijzaken  en geen hoofdzaken. Niemand hoeft daar gelukkig mee te zijn maar het ontkennen is a minimal brain dysfunction.

 

In belgie is  het  , zo valt te vermoeden, eerder zo dat wat de belgische politici als gemeenschap en als cultuur omschrijven  dat is wat ze in hun eigen directe omgeving, die van de belgische politici,  als zodanig tegenkomen. En is dat wel de belgische samenleving??

Gramsci kwam ooit met het concept van de hegemonische cultuur. Zonder exact op alle nuances van zijn concept in te willen gaan is het een term die duidelijk verwijst naar de functie van het cultuuridee dat de belgische politiek als legitimatie voor haar handelen gebruikt. Haar cultuur moet heersen.

 

 

DE WAARDE VAN HEGEMONIE

 

Is dat slecht? Op zichzelf niet. In de historie hebben alle rijken en overheden niet anders gedaan dan hun waarden opdringen aan hun volken. Wie heerst doet dat niet voor niets: heerschappij is substantieel: het gaat over iets, of dat nu geld, waarden of schoonheid is, de macht is functioneel.

 

Maar als dat zo is, dan is qualitate qua een politicus in belgie  iemand die belgicistisch is, belgie voorop stelt ,ook waar het in werkelijkheid  achteraan staat. En waar staat belgie in werkelijkheid niet achteraan?  Het land is meer mainstream dan welk land in Europa ook,  het is volledig afhankelijk van zijn buren, heeft geen eigen krachtbron in de vorm van grote industrie, is een dienstenverlener en doorvoerder. Belgie is niet zichzelf omdat er weinig zelf is..

 

Hegemonie in de bepaling van wat gemeenschap en cultuur is  vooronderstelt wel dat er geen anderen zijn die bepalen wat gemeenschap en cultuur is, en juist dat is in belgie totaal niet waar. Die zijn er

Sterker, belgie is enkel in zoverre cultuur dat het een uniek mengsel van alle mogelijke culturen is. Het land is daar qua vorm ook een perfecte afspiegeling van: een muticulturele hoofdstad die heerst over een franstalige regio waar veelal engelstaligen en duitsers en fransen wonen, naast een zeeregio die nederlandstalig pretendeert te zijn maar beheerst wordt door handel en verkeer in de engelse taal en waar de nederlanders , fransen en engelsen het zakelijk verkeer overheersen. Wat is de waarde van hegemonie als zij slechts politek van aard is en niet in staat is de gemeenschap of de cultuur vorm te geven? Is zij dan niet meer dan de greep van enkele belangengroepen die zich bedienen van rhetoriek waarin de termen ‘gemeenschap’ en cultuur’ zijn opgenomen zonder dat daaraan inhoud gegeven kan worden?

 

Wat is dan hegemonie als die zichzelf ten dienste stelt van een cultuur die in de samenleving niet aanwezig is of slechts in de dorpen en gewesten waar de internationale  gemeenschap en cultuur zich nog niet zozeer kunnen laten gelden?

 

 

TOP DOWN OF VICE VERSA

 

Als in een gemeenschap zoals de vlaamse samenleving  het nationaliteitsprincipe gevat wordt als de politeke representatie van de cultuur, daar waar in feite sprake is van een veelheid van culturen, moet de vraag gesteld worden of dat nationalisme in de politiek van onderen af is opgekomen dan wel door de leidende groepen in de samenleving is opgelegd. Is de hegemonie van het nationalisme anascopisch van aard, d.w.z. gevestigd  door de opkomst van het volksgevoel, of katascopisch van aard, d.w.z. een politiek die zich versterkt door de implanting van  een nationalistisch  zelfbewustzijn van bovenaf. 

 

Het eigen antwoord van de belgische politiek op deze vraag is voorspelbaar: Van Filip de Winter tot Frank van den Broucke of  Yves Leterme zullen zij  stipuleren dat het nationalisme als leidende politieke ideologie er is gekomen op aandrang van de bevolking.

Het traditionele antwoord van internationale  leidende commentatoren in deze kwesties is daarentegen de typering van de nationalistische politiek als een katascopisch verschijnsel,i.c. een politiek die populistisch van aard is  en zich enkel voor eigen doeleinden bedient van sentimenten onder de bevolking  (Paul Scheffer haalt voor een dergelijke bewering in De Morgen van 10 april 2010 zelfs een stelling van  Manuel Castell aan die het dan heeft over het ‘tribalisme van de lokalegemeenschappen’).  Het betreft hier in feite een herhaling van de aloude simplistische variant waarin de samenleving slechts in te delen is in elites en onderlagen van de bevolking, alsof we nog zouden leven in de tijden van Machiavelli.

 

HEGEMONIE EN KATASCOPIE

 

Maar zo eenvoudig is het niet. Natuurlijk is het verleidelijk om de zittende politieke klasse weg te zetten als een conglomeraat van machtsusurpatoren, die het nationale belang slechts hanteren om het eigen private belang te verdedigen.. Maar dat verklaart dan nog niet waarom al die groepen die de vlaamse samenleving uitmaken  zo zonder meer die machtsusurpatie zouden toelaten of er zelfs mee zouden  instemmen.

Sterker nog, er zijn redenen te over om aan te nemen dat het Vlaamse nationalisme kan gedijen en de nationale cultuur vooropstellen met instemming van de bevolking, ook al is er geen sprake van een nationale cultuur..

 

DE VLAAMSE SAMENLEVING

 

Elke samenleving is in te delen naar de mate van participatie van de burgers in de verbanden en systemen die de samenleving uitmaken. Voor het nationalisme als heersende politieke constellatie gaat het daarbij enkel om de vraag in hoeverre de burgers participeren in de bestuurlijke of maatschappelijke verbanden . 

Dan springt  in het oog dat de participatie van de erkende burgers (de vele niet-erkenden zijn dan al uitgesloten)  in politieke besluitvormingsprocessen uiterst  minimaal is. Het vertrouwen in de politiek geldt als uiterst gering .Lidmaatschap van politieke formaties is daarbij nog in veel geringere mate voorhanden. Maar ook het actieve lidmaatschap van vakbonden, zelfstandigenorganisaties is slechts voorbehouden aan minderheden in de bevolking.

Kortom, de band tussen politiek en samenleving is uiterst los.

 

HET POLITIEKE VACUUM

 

Maar als dat zo is, is het ook niet verwonderlijk dat daar waar de politiek zich concentreert op de verdediging van de nationale eigenheid, de bevolking daar nauwelijks op reageert., tenminste zolang ze er geen last van hebben. Er is in wezen sprake van een politiek vacuum: de bevolking is niet werkelijk geinteresseerd  in het nationalisme omdat het hen niet raakt ( tot grote frustratie  van omder meer de B-Plusbeweging waarvan de voorzitter zich onlangs op de TV vol verbazing uitliet over de ‘zwijgende meerderheid’ die weliswaar het nationalisme niet wil aanhangen maar er zich evenmin tegen wenst te verzetten).

En het feit dat het hen niet raakt is wezenlijk verbonden met de leegheid van de culturele eigenheid waaraan het nationalisme refereert: juist doordat die eigenheid er niet is, kan het nationalisme  de veelheid van andere culturen in het land ook nauwelijks schaden.

 

Maar de keerzijde van deze leegte is dat het voor de grote massa van politiek ongeinteresseerden dan ook geen kwestie van politiek belang is om belg te worden maar wel van maatschappelijk en economisch belang: Het belg zijn is cultureel niet van tel maar economisch wel. De schijn van cultuur is aanvaardbaar als daar de substantie van inkomen en welvaart tegenover staat. Het belg worden is een kwalitatieve upgrading zoals een promotie in een bedrijf: de verwerving brengt op. En juist daarom zal  het belg worden populair blijven, niet en nooit vanwege lippendienst aan een cultuur, maar vanwege de voordelen van het lidmaatschap van een europese natie.

 

 

OMDE MACHT

 

Waarom wordt er dan toch een campagne gevoerd om de verwerving van de nationaliteit door niet uit Vlaamse ouders geborenen te bemoeilijken?

Het antwoord moet dan wel bijna luiden dat daar geen andere reden voor is dan dat door dergelijke regelgeving de politiek heersende klasse haar politiek paradigma  bovenhaalt, oftewel in hegemonie vertaalt.  De voorstellen tot verstrenging van de inburgering  zijn feitelijk enkel effectief voor de vrede van de politieke elite met zichzelf en dienen verder tot niets

Echte belgen en vlamingen worden niet geboren en niet door inburgering gemaakt, ze zijn een kwestie van politieke willekeur.

 

 

 

 

Maarten van den Oever

Antwerpen 10-10-2010.